Het zuiderlijke eiland van Nieuw ZeelandRuiger dan het noorden

Zuidereiland

Picton

OVersteek zuidereiland

De route
Eigenlijk kan je het zuider eiland in twee delen, het westerlijke “groene” gedeelte en het oosten in het oosten regent het wat minder en is het klimaat wat warmer. En is het westen, tja.. daar regent het bijna altijd. Dit komt door de ”zuiderlijke alpen” die houden eigenlijk al het slechte weer tegen.

Het westen en oosten is dan ook voor een groot gedeelte gescheiden door deze bergketen en via speciale passes kan je van het westen naar het oosten.

Waar de Haast pass eigenlijk de veiligste keuze is en ook nog voor ons het meest logisch. Je moet je route dan ook goed afstemmen op deze passes. De Haas pass ligt redelijk zuidelijk en wij hebben dan ook eerst het westen verkend met als start Abel Tasman National Park.

Abel Tasman National Park

Abel Tasman

Abel Tasman

Abel Tasman

Abel tasman national park is het kleinste maar één van de meeste populaire national parken in Nieuw Zeeland, het ligt een uurtje rijden van Nelson in het noorden van het zuider eiland. Abel tasman staat voornamelijk bekend om zijn “gouden” stranden, deze kleur heeft het te danken aan het graniet (onderdeel van het landschap) dat in aanraking komt met de zee, dit vormt een soort van roest wat een goudkleurige kleur aan het gesteente geeft(de gouden kleur van de stranden)

Omdat het park aan de kust ligt is leuk om langs de kust terug te lopen. We hebben dit dan ook twee dagen gedaan.  Zie voor meer informatie (http://www.doc.govt.nz/abeltasmantrack).

We hebben gekozen voor een overnachting dichtbij het park en ons aangemeld voor een kajaktocht . Via deze tocht kwam je langs Adele Island en werd je afgezet in het National Park, vanuit daar kon je teruglopen naar het startpunt.

De tweede dag zijn we dieper in het park afgezet en een stuk teruggelopen door het National Park.  Zie hier voor het foto verslag.

Puppu spring
Na dit wonderlijke schoon zijn we afgereisd naar de puppu spring, oftewel het meer(tje) met het meest heldere water van de wereld. Bij een diepte van 62 meter kon je de bodem nog zien. Sowieso was het een mooie rit ernaar toe via de Takaka hill(800 meter hoog).

Puppu springs

Vanuit de puppu spring zijn we in de buurt voor een overnachting om de volgende dag richting Nelson Lakes National Park af te reizen. Ten zuiden van Nelson is het National Park, lake Nelson te vinden. Dit national park staat in de winter voornamelijk bekend als ski gebied, maar is in de zomer goed te bewandelen. Zowel het meer als de berg (Mount Rober, 1420m) bieden een enorm mooi uitzicht, zo zijn op de berg de toppen van het Kurangi park te zien en het begin van de “zuidelijker alpen”. De beklimming van deze reus duurt zo'n 2 uur. Zie foto verslag hier

Lake Nelson

Lake Nelson

De westkust
Je hebt nu eigenlijk twee keuzes, of je gaat richting het oosten of het westen. Wij hebben gekozen om naar het westen te gaan richting Westport(waar het altijd regent), maar in ons geval niet. We hebben daar overnacht een pizza gegeten en vervolgens zijn we vertrokken richting Greymouth.  Onderweg kom je langs het Paproa National Park waar we nog een wandeling hebben over een oud muildierpad van zo’n 3 uur pad. Deze trail, de “Pororai River Track” is in de tijd van goudzoekers aangelegd en start bij de pancake rocks. Tijdens deze wandeling loop je via het mooie regenwood tussen twee rivieren en diepe cloven. Helaas konden wij er geen ronde van maken omdat het pad voor een deel was afgesloten.

harihari

Pancake Rocks

pancake-rocks
De “pancake rocks” staan bekend om hun (logischerwijs) pannenkoek vorm. Deze hebben ze al gekregen toen ze zich nog in de zee bevonden. De enorme rotspartijen die hier te vinden zijn, zijn door de veranderingen in Nieuw Zeeland langzaam naar boven de zeespiegel geduwd.  Over hoe deze rotsen de pannenkoek vormen hebben gekregen is nog veel onduidelijk.

Op naar de Gletsjers!

franz_josef

Via Greymouth is het nog een paar uurtjes rijden naar de Franz Josef Glacier en Fox Gletsjer. Nieuw Zeeland bevat een groot aantal gletsjer, de best bereikbare (en waar tours op aangeboden worden) zijn de Franz Josef Glacier en de Fox Glacier. Wij hebben de eerste bezocht, via een korte vlucht met een helikopter land je ongeveer halverwege deze gletsjer, deze gletsjer heeft een lengte van 12 kilometer en is zo'n 80 m diep. Tijdens een 4 uur durende tour hakt de gids een geschikt pad door de gletsjer, dit pad is dagelijks anders doordat de gletsjer dagelijks verandert van structuur. Dit komt omdat hij elke dag zo'n twee meter verschuift en verandert door diverse weersomstandigheden (zoals het het smelten door de zo'n of door de regen). Hierdoor is een gids ook van belang, zonder deze gids is het levensgevaarlijk.

Uiteindelijk zijn we nog naar de Lake Matheson (oftewel de mirror-lakes bij Fox Glacier) gereden, vlakbij de kust. Vanuit hier heb je een geweldig uitzicht op Mt Cook (Aoraki) de hoogste berg van Nieuw Zeeland. Zeker de moeite waard bij mooi weer. Je kan een mooie rondwandeling maken om het meer heen en goede foto’s maken.

Via de westkust rijdt je rustige langs de massieve Zuiderlijke Alpen, overal is het groen en nat. Wij hadden geluk dat het niet regende maar normaal gesproken is het een regenachtig klimaat hier. We hebben er voor gekozen om nog een wandeling te maken bij Harihari, deze wandeling voert je door een moeras en geeft je een mooi uitzicht op de Zuiderlijke Alpen.

mirror-lakes

Haast pass
Zoals eerder beschreven zijn we doorgereden tot Haast, hier hebben we dan ook de “Haast pass” genomen richting Wanaka.

Hass pass Wanaka

Hass pass Wanaka

Hass pass Wanaka

Otaga
De streek Otaga is het beste te bereiken via de Haas pass, dit is de meest gebruikte verbinding tussen de Westcoast en het oosten van het zuiderlijke eiland van Nieuw Zeeland.De haas pass is zo’n 40 km lang en biedt enorme mooie uitzichten van de zuiderlijke alpen en Otago.

Doordat de zuidelijke alpen de wolken (vanuit de oceaan) tegenhouden, valt het meeste regen aan de Westkust, wat ook betekent dat de eastcoast een stuk minder vochtig is. Het mooie hieraan is dat je een groot contrast hebt tussen Otago en de Westcoast( zie foto’s). Dit contrast is al te herkennen aan deze twee meren die nog geen 2 minuten van elkaar liggen. Lake Wanaka ligt meer aan de westcoast en is een stuk groener, waar lake Hawea al meer in het Otago ligt en uitzicht biedt over de ruige bergen van Otago

Vanuit Wanaka zijn naar Queenstown gereden, een leuke stad waar vooral de Ferburger een tip is! Het is vooral een plek waar veel jongeren te vinden zijn en er worden veel outdoor activiteiten georganiseerd als bungeejumpen en mountainbiken. Wij hebben twee mountainbikes gehuurd om omgeving te verkennen en mooie wandeling bij Arrowtown gemaakt, zie verslag hier.  Arrowtown is één van de vele goudzoekersstadjes in Nieuw Zeeland.

Arrow Town

Na het verblijf in Queenstown zijn we direct richting het grootste national park van New Zealand gereden, Fjordland National Park.

Fjordland

Fjordland


Het grootste national park van Nieuw Zeeland is Fjordland. Het grote verschil tussen fjordland en de rest van het zuidelijke Nieuw Zeeland is dat de zuidelijke alpen hier voor een deel onder water staan. Hierdoor bestaat fjordland voornamelijk uit diepe meren, hoge bergen diepe baaien(fjorden). Fjordland is niet echt toegangbaar, maar via een aantal uitgezette routes(in het verleden door mauri’s en jagers) toch goed te verkennen. En dat hebben we gedaan!.

Fjordland

Te Anau
Onze uitvalbasis was Te Anua. Vanuit hier hebben we in een aantal dagen diverse hikes en trip naar Doubtfull sounds ondernemen. We hebben twee hikes ondernomen, in het zuiderlijke gedeelte richting Lake Manapouri(zie verslag hier) en in het noordelelijke gedeelte naar Lake Howden(sowieso een must do), zie verslag hier.  Uiteindelijk nog naar Millford Sounds gereden voor wat foto’s en een korte wandeling. De hoogtepunten waren voor ons Doubtfull Sounds en de hike richting Lake Howden.

Fjordland

Fjordland

Catlins


Na het geweld van Fjordland zijn we rustig afgereid richting Catlins.Via het ruige Fjordland kom je via de de zuidkust aan in Catlins, een dunbevolkte streek(behalve op het gebied van schapen). Catlins moet het vooral hebben van de diversiteit, zo bestaat het gebied uit bossen, moerassen, ruige stranden, maar ook uit rustige zandstranden waar bij mooi weer goed gesurft kan worden. Ook biedt het veel ruimte als rust/broed plek voor penguins en zijn er met regelmaat dolfijnen, zeerobben en zeeleeuwen te spotten.

Dunedin

Ten oosten van Dunedin is Otago Peninsuela te vinden. Op dit schiereiland zijn tal van dieren te vinden. Zo zijn hier de yellow eyed pinguïns te vinden. Deze pinguïns zijn erg zeldzaam en alleen te vinden(wild) in Nieuw Zeeland en een aantal omringende eilanden. De pinguïns zijn in tegenstelling tot normale pinuins erg schuw en totaal niet gediend van mensen. Verder zijn er op dit schiereiland veel pelsrobben te vinden, zolang je ze met rust laat boeit het ze niet zo dat je in de buurt went, maar laat ze wel met rust, een beet van ze kan namelijk dodelijk zijn,

Het meest bijzondere wat we gevonden hebben zijn de Albatrossen, deze enorme vogels hebben een spanwijdte van wel 3 meter en leven eigenlijk voornamelijk op zee, echter om te broeden hebben ze het vaste land nodig. De jongen zijn dan ook hier te vinden en met regelmaat komt één van de ouders de jongen voeren. Erg bijzonder om te zien.

Lake Tekapo


Een van de langste maar niet zeker niet de minste was de trip naar Lake Tekapo. Via een kleurrijk landschap zijn we vanuit Dunedin via Alexendria, Omarama naar Tekapo gereden. Tijdens deze trip rijd je over de prachtige SH 8 en door de Lindiss pass. Hier kom je van het ene “Ooh aah” moment in het andere/ Uiteindelijk aangekomen bij Lake Tekapo, het idee was om hier een lange hike te maken richting Mt Cook, maar het was erg regenachtig dus we hebben gekozen voor een wat rustigere wandeling over de Mount John.

Vanuit hier zijn we langs Christchurch naar Kaikoura afgereisd. Het weer was slecht waardoor we nog een aantal wandelingen hebben moeten overslaan, gelukkig was het in Kaikoura een stuk beter.

Kaikoura

Vroeger stond Kaikoura (ten noorden van Christchurch) vooral bekend om zijn walvisvangst. Doordat Kaikoura dicht bij diep gelegen zee ligt zijn er dicht bij de kust al walvissen(vooral de potvis) te vinden. Tegenwoordig wordt dit niet meer gedaan, maar maakt het stadje er nog steeds ruim gebruik van. Dit doet men door het organiseren van excursies na deze diepe zeeën waar je op zoek gaat naar walvissen. Tijdens deze excursie zijn potvissen te vinden, maar in ons geval hebben we ook het geluk gehad om Orca’s, Albatrossen en een speelse pelsrob te bewonderen. Naast deze trip hebben we een interessant rondeling langs de kust gemaakt, zie verslag hier.

Terug naar Christchurch.

Uiteindelijk via Kaikoura terug naar Christchurch, hier hebben we niks ondernemen, rustig de stad verkend en de camper ingeleverd en terug naar Nederland!

Foto's

Reageren

Heb je een vraag of een opmerking, laat het mij weten, ik kom graag in contact met mijn lezers










Reacties

Wie ben ik?

Jeroen, liefde voor natuur en een stukje cultuur. Ik onderneem vooral kleinere hikes samen met mijn vriendin en wat zwaardere hikes met vrienden. Naast reizen doe ik aan Rugby en ben ik veel op de mountainbike te te vinden.

Viator